Thorwald Veneberg

Het overkomt een sporter wel eens, dat hij of zij iets aparts wint, waardoor deze tot in lengte van jaren wordt herinnerd. Het kan soms jaren duren, voordat een ander deze prestatie evenaart. In de muziekwereld kennen we dit ook. Teach-inn wordt elk jaar in de meimaand weer in herinnering gebracht als laatste Eurovisiewinnaar.
Op 10 mei 2014 is er ook weer zo’n moment geweest, dat iemand weer nieuws is, omdat een ander zijn oude prestatie evenaart. Maarten Tjalingii pakt in de Giro d’Italia de blauwe trui, de bergtrui, omdat hij twee keer als eerste over een bergje komt. De laatste Nederlander, die dat presteerde, was Thorwald Veneberg in 2005. Zijn naam als renner duikt daarom weer op in wielerminnend Nederland. De huidige technisch directeur van de KNWU kon rond de eeuwwisseling redelijk goed fietsen en maakte deel uit van de Raboploeg. In 2000 werd hij zelfs Nederlands kampioen bij de espoirs. Hij won verder nog wat kleinere wedstrijden. Verder reed hij, zoals men dat zo mooi zegt, in dienst van anderen. Veneberg studeerde tussendoor nog wel even af in de bewegingswetenschappen. Het is verbluffend wanneer je op internet gaat raadplegen op zijn naam. Er zijn diverse berichten en items over zijn carrière in het wielrennen. Eenmaal wordt hij een vergeten renner genoemd, hetgeen best vreemd is, omdat hij na zijn profbestaan zijn geld bleef verdienen in het wielrennen.
De in 1977 te Amsterdam geboren Veneberg kende zijn dieptepunt in 2006 tijdens de Tirreno-Adriatico bij een zware valpartij met diverse breuken als gevolg. In 2007 dacht hij zijn comeback te vieren, maar de Raboploeg wilde niet verder met hem. Tot 2008 vocht hij zijn ontslag aan. Pas in dat jaar kwam men tot overeenstemming. Veneberg startte drie keer in de Vuelta en twee keer in de Giro met de 48e plaats als beste resultaat. In één artikel staat de volgende wijsheid: Wie na zijn carrière bekender wordt dan tijdens, heeft iets verkeerds gedaan. In het geval van Thorwald Veneberg: te weinig gewonnen en te veel geprocedeerd. Hij won dus wel af en toe, in 2005 zelfs de Scheldeprijs. En hij heeft een mooie blauwe trui in de Giro gewonnen. Dat kunnen weinig Nederlanders met hem delen. Nu is hij niet meer de laatste bezitter van de trui. Op 10 mei 2014 is dat weer over geraakt. Laten we hopen, dat de tiende mei dat ook met Teach-inn doet.
Auteur: Gerard Bot

Zonder visum geen startnummer

Een paar dagen geleden las ik het nieuws dat Maxim Iglinski niet kan deelnemen aan de Giro d ’Italia omdat hij geen visum voor Groot-Brittannië heeft. De Britse ambassade in Parijs had nog steeds geen antwoord gegeven op het verzoek van Iglinski voor een brits visum. Samen met  Aleksej Loetsenko kan hij hierdoor niet deelnemen aan de zwaarste wielerronde van het jaar. Andrej Zeits, een teamgenoot van Iglinski en Loetsenko, had via een andere Britse ambassade de aanvraag ingediend. Hij heeft wel een visum gekregen en kan dus wel meedoen aan de Giro.
Iglinski won in 2012 Luik-Bastenaken-Luik. Hij is dus een renner van formaat en kon gaan meedoen om een ritzege. Loetsenko is de wereldkampioen beloften van 2012 in Valkenburg. Een renner die explosief is. Goed een heuvel kan beklimmen en ook een sterke sprint in de benen heeft. 17 april hadden zij hun paspoort ingeleverd bij de Britse ambassade in Parijs. Ze hebben nog steeds geen antwoord gekregen, laat staan dat ze hun paspoort al terug hebben.
In de plaats van Iglinski en Loetsenko treden nu Brajkovic en Bozic aan op het Italiaanse strijdtoneel. 2 goede vervangers, maar natuurlijk niet zo goed voorbereid op de Giro als de 2 Kazachen.
De Giro, een van de mooiste wielerrondes van het jaar. De Tour is mooi omdat deze het bekendste is, het zwaarste telt voor velen. De Giro is mooi, gewoon, omdat hij mooi is. Ieder jaar een mooi parcours. Vroeg in het jaar dus de sneeuw ligt nog in de bergen. Volgens veel renners een zwaardere ronde dan de Tour. Zwaardere bergen, zwaardere omstandigheden, een gepassioneerd publiek en in tegenstelling tot de Fransen zijn de Italianen wel in staat de Giro of Tour te winnen. Van de laatste 4 jaren is er 3 keer een Italiaanse winnaar geweest. In de Tour gaan de Fransen voor een ritzege. De Italianen willen alles. Iedere trui en als het even kan iedere rit. Dat maakt de Giro zo mooi.
Ook hoe Wouter Weylandt nog ieder jaar wordt herdacht in de Giro vind ik een kippenvel-moment. Zie je dit in de Tour gebeuren met Casartelli? Nee. In de Giro hebben ze principes. Het startnummer van Wouter Weylandt wordt bijvoorbeeld nooit meer gebruikt. Ik was erbij toen Weylandt een rit won in Middelburg in de Giro van 2010. Ik zat voor de tv toen Wouter Weylandt overleed in de Giro van 2011. Zijn ritwinst in 2010 en zijn dood in 2011 gebeurden allebei in de 3e etappe van dat jaar. Op dezelfde datum als dat de Giro dit jaar begint, 9 mei. Zo tragisch, maar ook heel mooi.
Dat is ook iets moois aan de Giro. Al die symboliek…
Auteur: Niels Duits

Leve onze Zuiderburen!

De laatste paar klassiekers heb ik op de NOS gekeken. Nou ja, gekeken. Geprobeerd in ieder geval. Wielrenners herkennen is voor goed betaalde commentatoren schijnbaar heel lastig. Bijvoorbeeld bij de finish van de Amstel Gold Race. Van den Broeck wordt 2e. Zei de NOS in ieder geval. Bij Sporza hadden ze 50 km voor de finish al gemeld dat Van den Broeck was uitgevallen. Eurosport zag dat het Jelle Vanendert was. Sporza zag dat het Jelle Vanendert was. NOS zag het niet.
Een ander voorbeeld: volle finale van de Ronde van Vlaanderen (of Parijs-Roubaix). Een toeschouwer staat met een spandoek langs de kant waarop staat: Annie 64 jaar. Mart Smeets die schijnbaar zoveel verstand van wielrennen heeft laat zijn zangkwaliteiten horen. 64 yeaaaaaaaaaars. Kom op Mart! Je mag commentaar geven tijdens een van de mooiste wielerklassiekers van het jaar en jij hebt meer aandacht voor de toeschouwers dan voor de renners?
Dan is er nog een groot verschil tussen Sporza en de NOS. Sporza heeft het voorrecht om tijdens de Vlaamse klassiekers een motor in de koers te hebben. De NOS heeft tijdens de Amstel Gold Race een motor mee. De manier waarop deze motor gebruikt worden is heel verschillend. Sporza gebruikt de motor om de gebeurtenissen die niet op tv verschijnen te melden. Een lekke band voor een favoriet, een valpartij buiten beeld, iemand die lost uit het peloton ed. De NOS gebruikt de motor alleen om na te vragen of ze de renner die niet goed in beeld is de goede naam geven.
‘Dan schakelen we even over naar de motor. Is dat Valverde? Ja, dat is Valverde. Dank je wel!’
Nog een verschil is het noemen van favorieten voor de overwinning. De commentatoren van Sporza noemen veel namen, ook minder bekende renners. De NOS noemt de 3 namen die in de kranten van die dag het vaakst als favoriet worden genoemd. Meer favorieten zijn er volgens de NOS blijkbaar niet. Moreno Hofland wordt tijdens de Ronde van Romandië op Sporza genoemd als favoriet voor een ritoverwinning. Als je alleen maar naar de NOS kijkt ken je Moreno Hofland niet eens.
Nu ik toch over de Ronde van Romandië ben begonnen. Wordt deze uitgezonden door de NOS? Nee. Giro d’ Italia? Nee. Dauphiné? Nee. Sporza zendt dit allemaal live uit. Alleen dit is voor mij al een reden om altijd naar Sporza te kijken. De commentatoren verslaan meer koersen, kennen de renners beter, hebben meer verstand van wielrennen en weten ook heel veel achtergrondinformatie over de renners, ploegleiders en ploegen.
LEVE ONZE ZUIDERBUREN! Mag ik dat zeggen? Ja. Dat mag ik zeggen.

25 jaar niets…

Zondag 27 april staat de 100e editie van ‘La Doyenne’ op het programma. Het sluitstuk van de Ardennenklassiekers. De laatste koers van de Vlaamse klassiekers, Parijs-Roubaix, werd dit jaar gewonnen door Niki Terpstra. Gaat het bij de belangrijkste Ardennen klassieker ook lukken om een Nederlander op het hoogste podium te krijgen? Bij Parijs-Roubaix heb ik alle voorgaande Nederlandse winnaars behandeld. Misschien bracht dit wel geluk, dus ik ga het dit keer nog eens doen.
Met een voorsprong van 2 minuten op de nummer 2 won Ab Geldermans op 9 mei 1960 Luik-Bastenaken-Luik. Volgens Geldermans zelf en vele toeschouwers langs de kant had Geldermans die dag vleugels. Mannen als Rik van Looy konden hem niet bij houden. Het werd op een gegeven moment nog spannend toen Geldermans voor een gesloten spoorwegovergang terecht kwam. Gelukkig greep de wedstrijdorganisatie in en mocht Geldermans 1 minuut 20 eerder vertrekken dan de achtervolgers.
Jaren later, 23 jaar om precies te zijn won Steven Rooks Luik-Bastenaken-Luik. In zijn 2e jaar als prof boekte hij 2 zeges. De eerste was een middagetappe in de Ronde van de Middellandse Zee en een paar maanden later won hij Luik-Bastenaken-Luik. Steven Rooks kwam solo aan, door te demarreren op de Côte des Forges.
5 jaar later was het nog eens raak. Adrie van der Poel won LBL. Hij won een sprint tussen 3 personen. Michel Dernies werd 2e en Robert Millar 3e. Van der Poel was op dat moment Nederlands kampioen wielrennen.
Sinds 1988 hebben de Nederlandse wielrenners niet meer gewonnen. In 100 jaar 3 winnaars. Dat is net zo veel als Kazachstan en Ierland. Luxemburg zit ons met 2 overwinningen op de hielen.
Dit jaar hebben ‘we’ weer een goede kans om te winnen. Bauke Mollema werd 4e in de Waalse Pijl en is gemaakt voor lange heuvels en bergen. Tom-Jelte Slagter werd 5e in Hoei, maar kan op de langere heuvels niet goed mee. Wout Poels werd 12e en is net als Mollema gemaakt voor de langere klimmen. Als een Nederlander zondag wint is het Mollema of Poels.
Om 100 jaar Luik-Bastenaken-Luik samen te vatten: 100 jaar bijna niets en 25 jaar net niet, maar na zondag klopt hier niets meer van…
 
Auteur: Niels Duits.

Derde overwinning voor Gilbert

Het is prachtig weer tijdens de Amstel Gold Race 2014. Drommen mensen staan langs het parcours in het zonnetje te genieten van een kleurig wielerpeloton. Zij kijken naar een groot peloton, dat een aantal minuten achter een kopgroep met Pim Ligthart fietst. Op de televisie worden ondertussen beelden getoond van een prachtig Nederland, wat een rijkdommen toch.
Mart en Maarten kakelen onderwijl door over allerlei wielerzaken. Af en toe zegt Joris (op de motor) wat er echt gebeurt. Op tachtig kilometer voor de finish stapt Mollema van zijn fiets, bergopwaarts nog wel. Mart vraagt Joris te vertellen wat er gebeurt. De hele wereld, althans het wielerkijkend deel, ziet dat Mollema wisselt, een bidon tussen de tanden houdt en wordt opgeduwd door Frans Maassen. En dat is dan ook precies wat Joris verteld. Hierna wordt hij door Mart bedankt voor de informatie.
Jaja! Op een kilometer of vijfendertig komt er actie vanuit het peloton en gebeurt er van alles. Op de Eyserbosweg komen de eerste scheuringen. Voeckler neemt daartoe het eerste initiatief en vormt een jagende groep op de koplopers, De kopgroep houdt knap stand. De kopgroep wordt kleiner en kleiner. Met drie man rijden zij voor de derde keer de Cauberg op. Er wordt oor iedereen hard door gefietst, zodat in het wedstrijdbeeld weinig veranderd. Riblon en Van Hecke zijn daarna nog met zijn tweeën op kop. Op de Geulhemmerberg wordt de jagende groep al bijna ingehaald. Er is nog slechts een minuutje te dichten naar de kloplopers.
Na de Bemelerberg is iedereen weer bij elkaar. Een man of zestig spoeden zich naar de laatste klim op de Cauberg. Onvoorstelbaar hard denderen zij Valkenburg binnen. Prachtig. Gilbert komt via de linkerzijde naar voren en knijpt er tussen uit. Het peloton valt in stukken uiteen. Enkelen proberen Gilbert te achterhalen, hetgeen echter bij proberen blijft. Met een kleine voorsprong komt Gilbert boven en geeft deze in de laatste dertienhonderd meter niet meer weg. Gilbert wint deze koers voor de derde maal. Vanendert en Gerras worden twee en drie. Molemma is op de zevende plek de beste Nederlander.
Gastcolumn van Gerard Bot.

'Onze' Klassieker

De grootste wielerwedstrijd van Nederland, genoemd naar een bier dat al jarenlang niet meer bestaat (Amstel Gold), de wedstrijd van DE Cauberg, de start op de Markt in Maastricht. In volle finale NOG een keer de Cauberg. Draaien en keren. Allemaal kenmerken van de Amstel Gold Race. De wielerkoers is zondag weer in de Limburgse heuvels te vinden. Voor vele wielerliefhebbers een traditie om te gaan kijken.
De finish is sinds vorig jaar verplaatst. Eerst werd er boven op de Cauberg gefinisht. Als je de Amstel Gold Race zegt, zeg je Cauberg. Nu de finishlijn iets verderop is getrokken zijn er meer kanshebbers op de overwinning. Eerst moest je als snelste de Cauberg op komen. Nu kun je daar een steekje laten vallen. Tactiek wordt belangrijker want als je als sprinter zijnde nog een ploegmaat bij je hebt zou je nog kunnen aansluiten bij de voorste groep om nog mee te sprinten voor de overwinning.
De eerste finishlijn van de Amstel Gold Race heeft jaren lang in Meerssen gelegen. Als laatste obstakel moesten de renners de Kruisberg overwinnen. De Kruisberg in Meerssen stelt niet veel voor, maar toch wist Jan Raas er 5 keer te winnen. Of hij demarreerde op deze Kruisberg, of hij schudde zijn grootste rivalen op de Kruisberg af en won dan de sprint van een kleine groep. Jan Raas kwam 7 keer op het podium terecht. In die jaren begonnen mensen zelfs te spreken van de Amstel Gold Raas.
Michael Boogerd deed iets wat niet veel wielrenners hem zullen nadoen. Boogerd evenaarde Raas. Niet qua overwinningen, maar Boogerd behaalde net als Raas 7 keer het podium. Boogerd won in 1999 toen de finishlijn in Maastricht was getrokken. Hij won de sprint à deux van de latere Tour de France winnaar Lance Armstrong. In 2001 was de laatste Nederlandse winst in de Amstel Gold Race. Erik Dekker kwam als eerste in Maastricht over de meet. Ook hij won een ‘sprint à deux’ en ook hij versloeg Lance Armstrong in die sprint.
Toen de finish werd verplaatst naar de Cauberg ontstond er een heel ander wedstrijdbeeld. De wedstrijd werd beslist op de Cauberg. Dit zorgde voor minder kanshebbers op de overwinning, maar het waren wel steeds de grote namen die wonnen. Michael Boogerd reed op de Cauberg nog 4 keer naar een podiumplek.
Er zijn dit jaar 34 beklimmingen die de organisatie van de Gold Race hebben aangeduid als beklimming. Verder zijn er nog een hoop heuveltjes die geen nummer hebben gekregen van de organisatie. Dit maakt het soms lastig voor de commentatoren om de goede beklimming te noemen. Zo maakte Mart Smeets enkele jaren geleden de fout door een klimmetje zonder nummer (De Bronckweg tussen Maastricht en Cadier en Keer) de Bemelerberg te noemen. Het jaar erna hadden inwoners van Cadier en Keer bordjes op deze klim gezet: Mart, dit is NIET de Bemelerberg! Mogen ze dat doen? Ja. Dat mogen ze doen. Mart heeft de fout ook niet meer gemaakt. Ook mensen als Mart Smeets maken dus wel eens een foutje.
Wie zijn dit jaar de favorieten dit jaar? Valverde is goed in vorm. Hij was ongeveer de enige die met Contador mee kon berg op in de Ronde van het Baskenland. Joaquim Rodriguez won de Ronde van Catalonië eerder dit jaar. Contador werd daar 2e. Contador doet niet mee aan de Amstel Gold Race, dus Valverde en Joaquim Rodriguez mogen worden gezien als topfavorieten. Mannen als Gerrans en Gilbert zijn ook altijd goed in de Gold Race. Kwiatkowski, de wereldkampioen Rui Costa en de winnaar van verleden jaar Roman Kreuziger zijn ook mannen die hoge ogen kunnen gooien dit jaar.
Hebben we dit jaar dan weer geen Nederlanders die het goed kunnen doen in de Amstel? Jawel, Tom-Jelte Slagter is in vorm (2 etappes in Parijs-Nice gewonnen), net als Wout Poels (winst Koninginnenrit van de sterk bezette Ronde van het Baskenland). Karsten Kroon en Pieter Weening kunnen ieder jaar in de Amstel Gold Race net iets meer dan in andere races. Tom Dumoulin en Bauke Mollema zijn ook mannen om in de gaten te houden zondag.
Ik ga zondag kijken en met mij vele duizenden anderen. Ik wens jullie allemaal fijne paasdagen en een fantastische wielerweek met mooie koersen in Luik, Hoei en Valkenburg.
Gast-column door Niels Duits

HIJ DOET HET! HIJ DOET HET!

Hij doet het! Hij doet het! Dit zal de reactie van vele wielerfans in Nederland zijn geweest toen Niki Terpstra over de streep reed. Een fantastische prestatie!!!
Jarenlang hebben we het met weinig succes moeten doen, maar dit jaar is er iets gebeurd waardoor de Nederlandse wielersport weer succes heeft. Alleen Niki Terpstra zorgt al voor vele overwinningen en ereplaatsen. Vooral in de grote klassiekers is Terpstra uitermate succesvol! Zijn successen begonnen al in het Midden-Oosten, nog voordat het seizoen in Europa werd geopend.
In de ronde van Qatar won hij de 1e etappe en het eindklassement. In Dwars door Vlaanderen won hij ook. In 2012 had hij deze wedstrijd al gewonnen en dit jaar deed hij dat nog eens over. Later die week werd hij 2e in de E3-prijs Harelbeke. Gent-Wevelgem heeft hij dit jaar niet gereden. Dit was om te herstellen van de week ervoor. Deze rust zorgde voor een 6e plaats in de Ronde van Vlaanderen en als hoogtepunt van zijn voorseizoen (tot nu toe) de winst in Parijs-Roubaix.
Wat een wedstrijd was dat zeg! Parijs-Roubaix! Eindelijk weer een Nederlandse winnaar! Een kopgroep van 11 man en dan demarreren. Namen als Degenkolb, Cancellara, Wiggins, Boonen, noem ze maar op, zaten bij Terpstra in de kopgroep en Niki zet ze allemaal op achterstand.
Maar ja, wie werd er nu tweede? Niet onbelangrijk, want je hebt liever Fabian Cancellara of Tom Boonen naast je op het podium als Piet Janssen of Wim Trappers. Zeg nou eerlijk, hoe vaak kun je zeggen dat je op een hoger trapje stond dan Fabian Cancellara? Maar wie werd het nu? Iemand die het heeft gezien op tv? Ik niet… Een verschrikkelijke misser van de Franse regie. Ik durf het best de grootste tv-blunder van het jaar noemen. In een van de belangrijkste klassiekers van het jaar niet laten zien wie er in de top 10 komt. Nee, wij zaten naar de sprint om plaats 12 te kijken. Leuk, een Fransman die iets wint in Parijs-Roubaix, waar wij hadden liever gezien of het Sebastian Langeveld was die als tweede over de streep kwam. Uiteindelijk wordt Langeveld 8e, een prestatie van niveau want er zullen niet veel mensen zijn geweest die dat van te voren hadden voorspeld.
Uiteindelijk zagen we een podium met Niki Terpstra op het hoogste trapje! Trots dat we zijn! Hopelijk kan Niki, en samen met hem Tom-Jelte Slagter, Moreno Hofland, Lieuwe Westra, Stef Clement en Tom Dumoulin, de vorm van de laatste weken doortrekken naar de komende klassiekers en de grote rondes. Waarom al die namen denkt u? Al deze renners hebben afgelopen weken een belangrijke wedstrijd gewonnen. Van een ritzege in Parijs-Nice, naar de winst van de Volta Limbug Classic en van een ritzege in het Criterium l’International tot een rit in de ronde van Catalonië.
Het Nederlands wielrennen zit in de lift. Op het gebied van dopingbestrijding en op het gebied van overwinningen. Ik zie de rest van het jaar dan ook met vertrouwen tegemoet…
Gast-column door Niels Duits

Column – De Geschiedenis van de Hel

Vandaag zat ik op Youtube rond te neuzen toen ik een filmpje tegen kwam van Parijs – Roubaix 2001. De laatste editie die is gewonnen door een Nederlander. Servais Knaven heeft die eer. Dat jaar was er geen groepje favorieten dat om de overwinning streed, maar een groepje vroege vluchters. Iets wat de laatste jaren niet meer is gebeurd. Knaven kwam solo over de streep met een flinke voorsprong op de nummer 2. In dat ererondje op de plaatselijke wielerbaan ging hij juichen, maar hij was veel langer bezig met iets anders: Het schoonvegen van zijn truitje. Waar zie je dat nog? Tegenwoordig maken ze een wheelie als ze solo over de streep komen, of ze gaan met de camera spelen, laten een engeltje zien, of geven een kushandje aan de vriendin of vrouw die later bij de finish staat. Nee. Knaven ging zijn truitje schoonvegen om de sponsor te bedanken.
Opeens bedacht ik me dat ik niet wist dat Knaven Parijs-Roubaix ooit had gewonnen. Laat staan dat ik wist dat er überhaupt ooit een Nederlander had gewonnen. Daarom ging ik op onderzoek uit. Daardoor kwam ik terecht bij Peter Post. De eerste Nederlander die Parijs-Roubaix won. Hij won niet gewoon Parijs-Roubaix (voor zover je dat gewoon kan noemen), nee, hij won Parijs – Roubaix in een record gemiddelde. Zelfs Fabian Cancellara kan er tot de dag van vandaag nog niet aan tippen. 45.129 km/h (1964) door Peter Post tegenover 44.190 km/h (2013) door Fabian Cancellara.
3 jaar later was er weer Nederlands succes. De nummer 8 van 1964 wordt de nummer 1 van 1967. Na een tweede plaats een jaar eerder pakt hij in 1967 revanche. Het blijkt een voorbode voor 1968. Winnaar van de Tour de France. Ik heb het natuurlijk over Jan Janssen. Janssen won in een massasprint van o.a. Eddy Merckx (8e) en Rik van Looy (2e).
In 1982 was het weer raak. De Nederlandse legende van de klassiekers won dat jaar de Hel van het Noorden. Jan Raas! Hij kwam solo aan in Roubaix en had een groepje met Roger de Vlaeminck en Bernard Hinault op 37 seconden.
Een jaar later won Hennie Kuiper. Na 2 valpartijen onderweg wist hij steeds voorin terug te komen. Uiteindelijk ontstond er een kopgroep van 5 renners, waaronder Francesco Moser. Om het niet tot een sprint te laten komen (Moser zou die hoogstwaarschijnlijk winnen) demarreerde Kuiper. De achtervolging was voor de rekening van Moser, omdat de 3 anderen niet meer meereden.  Als snel had hij Kuiper een voorsprong van anderhalve minuut, maar een lekke band dreigde nog roet in het eten te gooien. Gelukkig kreeg hij een nieuwe fiets van de ploeg en kwam hij op het Velodrome aan met een voorsprong van 1.15.
Na Kuiper was er jarenlang geen Nederlandse winnaar meer. Tot Knaven won in 2001. Ook dit is al weer een tijdje geleden. Is er nog een Nederlandse wielrenner die in staat is om Parijs-Roubaix te winnen?
Jazeker! Niki Terpstra is in topvorm. Dit bleek wel in Dwars door Vlaanderen (1e), E3-Harelbeke (2e) en de Ronde van Vlaanderen (6e). Vorig jaar liet hij met een 3e plaats al zien dat hij de kwaliteiten bezit om Parijs-Roubaix te winnen. Gaat het hem dit jaar wel lukken? Als we zondag Niki Terpstra in volle finale in beeld zien,  zullen de gedachten van velen in ieder geval even terug gaan naar 2001, 1983, 1982 of zelfs 1967 of 1964…
Gast-column door Niels Duits